Plaatje 1


 
 
 
 
 
 

Het zoeken van de Os

 
 
De mens zoekt naar de Os in het oerwoud van het bestaan. De mens kijkt om zich heen. Hoe meer de mens zoekt, des te minder hij de Os ziet
Eenzaam en alleen in een eindeloze wildernis, schrijdt de herder door het woekerende gras en zoekt zijn os. Breed stroomt de rivier, tot in wijde verte strekken zich de bergen uit, en het pad loopt steeds dieper in het vergroeide. Het lichaam dodelijk vermoeid en het hart vertwijfeld. Toch vindt de zoekende herder geen geleidende richting. In de avondschemering hoort hij enkel krekels op de ahorn zingen.
 
Waarom zoeken? Van begin af aan is de os nooit verloren geweest. Maar het geschiedde, dat de herder zich van zichzelf afkeerde: toen raakte zijn eigen os van hem vervreemd en ging verloren in stoffige verte. De vaderlandse bergen worden kleiner en kleiner. Onverwachts bevindt de herder zich op overwoekerde dwaalwegen. Begeerte naar profijt en angst voor verlies ontbranden als opvlammend vuur, en meningen over juist en onjuist bestrijden elkaar als speerpunten op het slagveld.