Plaatje 2

 

 

 

Het vinden van de Os

 
 
Af en toe ziet de mens een spoor van de Os. Dat voelt goed. Maar dat gevoel is van korte duur. Vragen rijzen waarbij gedachten komen en gaan.
Onder de bomen aan de waterkant zijn her en der de sporen van de os dicht afgedrukt. Heeft de herder de weg gevonden tussen het dicht woekerende, geurende gras? Hoe ver de os ook weglopen mag, tot in de achterste plaats van het diepe gebergte: zijn neus reikt tot in de uitgestrekte hemel, zodat hij zich niet verbergen kan.
 
Veel mensen zoeken de os, maar weinigen hebben hem ooit gezien. In het Noorden der bergen of onder in het Zuiden, heeft de herder hem daar gevonden: de ene Weg van licht en donker, op welke al het bestaande heengaat en komt? Heeft de herder zichzelf op een dergelijke weg teruggevonden, dan bestaat er geen nood meer.