Plaatje 4

 
 
 
 
 
 

 

Het vangen van de Os

 
 
Het is duidelijk dat de os gevangen moet worden wil men hem kunnen zien. Het is niet anders. Steeds weer, altijd en overal terplekke zijn, zal niet meevallen. De os is namelijk vluchtig. Na grootste inspanning heeft de herder de os gevangen. Te heftig nog diens luimen, zijn kracht nog te razend, om gemakkelijk zijn wildheid te temmen. Nu eens gaat hij ervandoor en klimt naar hoge vlakten. Dan weer dringt hij ver door in diepe, overnevelde en bewolkte plaatsen en wil zich verbergen.
 
Vandaag werd voor de eerste keer de os ontmoet, die lange tijd in de wildernis verborgen was. Maar de wereld van deze wildernis, die hem aangenaam en vertrouwd is, trekt hem nog sterk aan, zodat hij maar moeilijk in bedwang te houden is. Nog is hij niet in staat zich aan de begeerte naar de geurende graspollen te onttrekken. Nog woedt in hem hardnekkige koppigheid, en wilde dierlijkheid beheerst hem. Wil de herder de os tot echte zachtmoedigheid brengen, dan is het nodig met strenge zweep te tuchtigen.