Samenvatting teisho's

Samenvetting teisho Joost van de Heuvel Rijnders 23 januari 2016

Vi-passana betekent letterlijk: het zien (vi) van de verschijnselen zoals ze zijn, hun ware aard.
Maar wij ‘zien de verschijnselen zoals wij zijn, niet zoals zij zijn.’ Er zit een filter van onwetendheid tussen, en dat veroorzaakt lijden.
De verschillen tussen zen en vipassana zijn er, maar niet zo groot- net als binnen één stroming zoals maha karuna en japanse zen.
Vipassana legt wat meer accent op de buik en diens beweging: een  anker. Er worden wat meer zitinstructies gegeven. Door op de ademhaling te letten, kun je opmerkzaamheid oefenen: ‘Wat gebeurt er tijdens de beweging van de buik?’ vroeg de leraar dan en wilde het heel precies weten. ZO kun je met je aandacht ook gaan naar pijn: hoe is die bv. scherp of zacht? Verandert de pijn, hoe?

De leer van de sattipattana soetra van Boeddha’: ‘Als je zit, weet dat je zit’. Wat is er nú? Neem daar genoegen mee, meer is er niet. Zittend let je zowel op de stroom van fysieke ervaringen, als op die van de gedachten, gevoelens en emoties.  Je laat alles voorbij komen, kijkt er vriendelijk naar ( géén vliegenmepper!) en benoemt ze: verveling- pijn linkervoet- boosheid om onachtzaamheid- last van een vlieg… enz. Bij veel mediterenden lijken die stromen verdacht veel op elkaar, je hoeft je niet alleen te voelen of de enige ‘stommerik’ die last heeft van…

Waar gaat het heen, kun je verder komen op dit pad?
Als je een taal leert, borduur je steeds voort op het eerder geleerde. Maar in meditatie zien we dat we die grip niet hebben, dat we moeten ‘zijn met wat er is.’ En dat is (geeft) vrede.
Je gaat de verschijnselen zien zoals ze zijn, en je ziet dat stukken ervan over jezelf gaan (bv. je patronen) , en dat andere existentieel zijn. Je gaat je weerstand zien.  Je kunt bv. kijken naar je pijn en dat die verandert-maar dat dit alles gebeurt buiten je controle.
Als er al ontwikkeling is, dan is die niet lineair, want ‘elke keer begin je opnieuw’ (beginnersgeest). Maar er vindt langzaam aan wel verdieping plaats, niet zozeer van de ervaringen op zich, maar van  de manier van omgaan daarmee. Niet alleen groeit er aandacht, maar ook inzicht.

Pijlers o.a. niet-weten en inzet
Ook ‘don’t know’ is een belangrijke ‘pijler’: open je voor je ervaringen zonder te willen weten wat en hoe en waarom. Daar heb je moed voor nodig, om het open te laten. De wereld waarnaar we kijken is grillig, veranderlijk, onkenbaar; dat geeft onzekerheid, geen grip.  Dingen zijn dynamischer en onpersoonlijker dan we dachten. Let erop niet te vergroeien met je rollen, want die doen geen recht aan de veelzijdigheid en veranderlijkheid van je leven.
Mediteren is niet alleen laten en loslaten, maar ook dóén ( inzet, toewijding en discipline) is een  pijler. Door bv. regelmatig te gaan zitten, schep je condities.

Controle, ‘grip’:
‘Het ik wil managen, maar heeft het nakijken’. We willen graag managen wat er gebeurt met ons lichaam en onze geest. De verschijnselen gaan hun gang- ook aandacht. Je neemt dit waar. Wat er vervolgens gebeurt, valt niet af te dwingen.  
De buitenwereld is imperfect en niet controleerbaar. Daarmee leer je omgaan door ‘flexibele geest’ te oefenen; door begrip en geduld te hebben voor jezelf en anderen. 
                                                                                                                             Miriam Janssen

 

Samenvatting teisho Ben Hövels, 28 september 2015

Verslaafd aan liefde, de vicieuze cirkel van samsara

Enkele teksten die me raken. Ze verwoorden mijn ervaringen.

Weet dat alle dingen zo zijn:
een luchtspiegeling, een luchtkasteel,
een droom, een verschijning,
zonder essentie maar met kenmerken die waarneembaar zijn.

Weet dat alle dingen zo zijn:
als een echo die voortkomt
uit muziek, geluiden en geween,
maar in die echo is geen melodie.


Niets is zoals het lijkt.                                               
                                   Boeddha (450 – 370 v. C.)

 

Stromen vluchtelingen – uit onhoudbare situaties
Verlangen naar echt leven, - dit is geen leven voor ons en onze kinderen.
Voordat je zover bent en die keuze maakt, moet je de hel hebben ervaren:
Ze verlaten huis en haard  en storten zich in het niets,
het niet- weten. De leegte. Alles of niets.

Onze tocht. Ook wij zijn vluchtelingen. Naar een beetje geluk.
Meer dan we willen weten en geloven.
Gevlucht in gesetteld zijn, in deze vaste vorm van ons leven.
In de illusie van ‘hebben en houden’, van hou-vast.
In onze natuur zit diep de angst voor de leegte, vlak onder de huid:   
angst om te bewegen, bewogen en beroerd te worden.
Angst om alles te verliezen.
Niets is vast en zeker. Niets is zoals het lijkt.

‘Ofschoon alle mensen geluk nastreven
behandelen ze in hun onwetendheid
het geluk als was het hun grootste vijand.
Ofschoon alle mensen proberen lijden te vermijden,
rennen ze er telkens weer recht op af’.
                                 
Boeddhische wijze,  8ste eeuw

Wat is dat vreemd: ouders, die alles geven wat ze hebben, kunnen niet voorkomen dat het verlangen van hun kinderen niet te stillen is. Alsof een diep heimwee in onze ziel leeft. Ik heb dat heimwee vaak geweten aan het feit dat ik al vroeg van huis ging, maar het zit dieper. Het ligt niet aan het tekort van anderen, het ligt in mezelf.

In de stilte van de meditatie komt veel tot bewustzijn, tot ontwaken
wat achter de sleur en de automatische patronen van alledag is verdwenen.
In de diepere lagen van onze geest schuilt de oorzaak van veel lijden.

  1. Ons negatieve geloof, ons diepste gevoel van ‘niet goed genoeg zijn’, van ‘te kort’: te kort komen of te kort schieten.
    Dat leidt tot zelfafwijzing, en dat  is de basis van ons zelfbeeld. Rationeel gezien weet je best dat je niet  waardeloos bent. Maar we kennen allemaal momomenten in ons leven dat je niets hebt aan dat weten en dat het gevoel van zelfafwijzing sterker is. Allerlei vormen kan het aannemen: ik ben waardeloos, ik ben stom, een egoïst, gewoontjes, niet goed genoeg, middelmatig, laf, lui, ik ben niks, ik doe er niet toe, ik ben tot last, ik hoor er niet bij . . . Dat is wat je geleerd hebt te geloven wat je bent. Dat is ons al vroeg aangeleerd. Omdat je kinderen zo goed mogelijk opvoedt tot gelukkige mensen, en ze jouw (gecorrigeerde) pad wijst, schep je bij kinderen juist daardoor het geloof niet goed genoeg te zijn, zoals ze zijn. Daar helpt geen lieve moeder aan.
    Het schept een zelfafwijzing, die je als volwassenen op allerlei manieren probeert te bestrijden. Hoe?
  2. We vluchten weg van die illusie van te kort schieten, dat pijnlijk negatieve bewustzijn, en ontwikkelen patronen die ons de erkenning van anderen opleveren. We zoeken bevestiging buiten onszelf:
    Dat heet dan onze identiteit,  alle patronen en automatismen die we hebben geleerd om te mogen zijn zoals we zijn, om te functioneren als man, vrouw, moeder, vader, collega, vriend, vriendin. Maar deze  strategie om erkenning te krijgen van anderen, vergroot juist weer ons gebrek aan eigenwaarde. Een vicieuze cirkel.
  3. Ons imago, het beeld van onszelf dat we het liefste laten zien, zoals we willen zijn en overkomen is daarvan het gevolg.

 

Vorm is leegte, leegte is vorm,
leegte is niet anders dan vorm
vorm is niet anders dan leegte.
                                                                 
Hartsoetra

Zelfafwijzing is in wezen de oorzaak van alle vormen van mentaal en emotioneel lijden. Zelfafwijzing is de kern van ons ego en de motor van het vicieuze proces van ellende dat de boeddhisten ‘samsara’ noemen.

Hoe werkt dit mechanisme?

Ik wil niet de pijn van de zelfafwijzing voelen. Vlucht er voor.
In een crisis, maar ook in volhardend gezochte stilte kunnen mijn levenspatronen, mijn labiele evenwicht plotseling onderuitgaan; ik weet niet meer wie ik ben (‘ik ben nergens meer’). Dan is er de schrijnende pijn, die onder de oppervlakte schuil ging. Doodsangst, zelfafwijzing, zinloosheid, niet aflatende onrust ‘ik kom hier nooit doorheen’.

Maar de vicieuze cirkel van samsara, de illusie van je ego-patronen herkennen en erkennen is een reden tot feest! Ik ben bezig op de weg terug naar mijn oorspronkelijk en verloren gewaande wezen, terug naar het huis van mijn Vader, het huis van mijn Boeddha-natuur, mijn natuurlijke staat, waar ik van ben vervreemd door mijn negatieve geloof dat ik in wezen niet goed genoeg ben.
Die pijn, de angst er niet te mogen zijn met alles wat in me is, kan ik die nu uithouden? Of vlucht ik misschien nieuwe afleidingen, verdovingen.
Maar als ik eenmaal in de stilte van de meditatie heb durven te ‘gaan staan waar geen plaats is om te staan’, als ik de angst-pijn heb durven waar te nemen en te ervaren, met mededogen en zonder oordeel – al is het maar even - , dan is die stap onomkeerbaar. Ik ben op de weg terug. Het wordt nooit weer zoals vroeger. Spiritueel gezien heb ik een geweldige stap gezet. Van huis naar Huis.  

Ik verwijs je naar het evangelie-verhaal van de twee broers.(Lukas 15, 11-32) De jongste wil weg en dekt zich in door de grote jongen uit te hangen, de oudste blijft thuis, dekt zich in met de aanwezigheid van zijn Vader. De jongste en de oudste. ‘Ik herken me tot mijn schaamte in allebei’, schrijft Henri Nouwen. ‘in de  verschillende periodes van mijn leven’. Ze gaan beide de weg terug naar hun vader, hun oorspronkelijke zijn.
Zelfafwijzing was van beide de grond van hun leven, totdat ze langs verschillende wegen op het spoor ‘gezet’ worden, terug naar de Bron.

Inspirerende lectuur:            

 

Samenvatting toespraak Ton Lathouwers,
11 april 2015, zengroep Hengelo

Vanavond zal  de Russischorthodoxe paasdienst worden gehouden, met als thema: dood en opstanding. Dat zijn tevens de grootste zenthema’s, volgens Hisamatsu: ‘grote dood, grote opstanding’. Wij dalen af in het niets om ‘alles en allen te redden’(Masao Abe).
Dat afdalen is het niet weten, de onmacht, de mislukking. Het is zo troostend van zen dat ‘het niet hindert of iets mislukt’. ‘O gelukkige schuld’ (o felix culpa) is groter dan: ‘Het is ons allemaal gelukt.’ Wezenlijk is aanvaarding (ook van de mislukking), en het gevoel ‘er niet uit te kunnen vallen’.

In de Russisch-orthodoxe hymne ‘Exultet’ ligt het accent eerder op de vrouwelijke kracht, de Moeder Gods, die de schepping baart, dan op de verrijzenis van Jezus. Ook mag iedereen feestvieren, inclusief degenen die niet gevast hebben; de Eeuwigheid geeft immers ‘om niet’, en religie is niet identiek met ‘hogere moraal’. Die kracht werkt ‘jenseits von Gut und Böse’- voorbij alle oordelen, voorbij het onderscheid goed -kwaad, dood -leven.

Dat onderscheid maken kwam in de wereld toen Adam en Eva hadden gegeten van de Boom der Kennis; daardoor verloren zij hun onschuld.
Maar naast de Boom der Kennis is er de Boom des Levens, gekoppeld aan Quan Yin, ‘zij die zich grenzenloos ontfermt’. Zij is de vrouwelijke kant, zij is’ de werkelijkheid die luistert’.  Helaas hebben de mannen haar ingelijfd. Maar in het Russische geloof heeft de Moeder Gods een steeds grotere plek gekregen. De moeder staat voor compassie. Lao Tse zegt: ‘Ik laat me maar gaan. Ik vertrouw mij toe aan de grote Moeder.’ De man die het vrouwelijke in zich heeft toegelaten, is vollediger mens.
Zie ook Fortmann: ‘Het beeld van man en vrouw’. Al zo oud, nog zo actueel.
Wat fragmenten uit het gedicht ‘Quan Yin’ van CJ van Schagen:

‘Quwan Yin, die ernstig, lief
gewoon maar doorgaat
met een vingerhoed
de zeeën leeg te scheppen
zonder bitterheid of ironie

……
of heeft ze hoop
of weet ze soms
dat eens een echte God wordt geboren
uit haar vergeefse trachten?
Heeft  haar eindeloos lijden dan toch zin
……..?
…..
Hoe ze dit kan?
Is zij zelf misschien
dat allereerste kinderlijk beginnen?

Fragmenten uit vraag en antwoord

Kun/moet je compassie hebben met strijders van IS?

Je hoeft geen compassie te hebben met deze moordenaars- maar je zou het wel kúnnen hebben, zelfs met Hitler, en Judas. Het zijn mensen die overtuigd zijn van hun ideologie, die een ’gestolde werkelijkheid’ is geworden.

Soms kun je alleen maar opstand voelen. Woede is opstand tegen wat niet deugt, dat mag je voelen! Florence Nigtingale werd ook gedreven dor woede.

Denk aan wat Bernie Glassman doet: ‘bearing witness’, getuigenis afleggen: er heen gaan, daar zijn, zien wat er is.
Denk aan ‘al is er maar één mens die gered wordt…’ 
( MJ: Denk ook aan de vingerhoed van Quan Yin)

En heeft dat dan zin? Of zitten, al denkend aan deze zaken?
Zitten is een ‘sprong voorbij alle angst’. Je weet het effect niet.

Glassman doet me denken aan Merlijn Twaalfhoven, een jonge componist die stukken maakt met mensen in moeilijke situaties.
Zingen verzoent. Ergens wordt het goede weer geboren. Heb daar vertrouwen in, oervertrouwen – zelfs als je geen stap meer kunt zetten.

Hoe doe je dat?
‘Doorlopen jongske. Laat het los. Vertrouw.’
-------------------------------------------------
En na deze wijze woorden van Ton’s pleegmoeder zijn wij ‘de stilte weer in gegaan.’

Bedankt, Ton. Tot volgend jaar.

Namens zengroep Hengelo
Miriam Janssen, met dank aan Hiltje
april 2015


 

Weekend met André van de Braak, Doetinchem, februari 2015

Lezing 1 Boeddhisme-christendom. Voorwaarden scheppen voor wijsheid en compassie, leegte. Vouw je handen en wacht

Zen:
leegte, niet iemand aanroepen. Niets doen: ‘wees als iemand die niets te doen heeft.’ Alles is leeg, het is niets ‘van zichzelf’. 
Op je kussen maak je ruimte voor het inzicht dat er niets substantieels is. Je zorgen, gedachten, angsten: doe er niets mee, ‘het hoeft niet weg’; alles gaat voorbij, het komt en gaat.
Je kunt gedachten vergelijken met hormonen (MJ bv. opvliegers): je hebt er geen macht over. Het liefst zou je grote schoonmaak houden in je gedachten, ‘manager’ zijn van je eigen geestelijk leven.  Maar dat lukt niet, ‘het’ denkt, voelt, wil. Je kunt ze wel ‘cultiveren’: ervoor zorgen, ze voeden en beschermen.

Er zijn twee vleugels waarmee je vliegt: wijsheid en compassie. Beide ontstaan spontaan. Je kunt ze cultiveren  door er af te blijven, het te laten zoals het is, komt.

Wijsheid om hiermee om te gaan kun je niet nastreven, bv. door te zitten. Wijsheid ‘komt wanneer ze wil’.  Ook haar kun je cultiveren en beschermen, bv. door te komen mediteren.
De Chinese traditie is gestoeld op vertrouwen dat het komt. Als je de ‘niets-heid’ van alles ontdekt, komt er ruimte. Die ruimte maakt weer compassie mogelijk. Dat is geen emotie, maar een mee resoneren met… alles; met een ‘open hart’, op natuurlijke wijze (10e plaatje van de  os)  de wereld binnenlaten. Dan gaat compassie (die er altijd al was) ook echt stromen.

Je kunt de wijsheid en haar voortgang ook niet ‘meten’, ben ik er dichter bij, verder van af? Er is geen zekerheid dat je het goed doet.
Voorbij het beginnersoptimisme van de beoefenaar,  is het belangrijk  de ‘beginners-mind’ te houden. Daar heb je veel vertrouwen voor nodig, en doorzettingsvermogen, ‘de barre winter door’.

Christendom:
Ook geloof moet je cultiveren. Dat hoeft niet per se geloof in iets/iemand te zijn. Het kan gewoon geloof . (punt) zijn.
Bidden is: afstemmen, resoneren, aan het licht laten komen van….? Soms moet je daarvoor woordloos/beeldloos worden; dat kan het christendom leren van het boeddhisme.

Wat kan (westers) boeddhisme leren van christendom? Handen vouwen, besef: ‘ik kan dit niet, ik weet niet.’ Bevrijding kun je niet verdienen, die valt je toe, het is ‘genade zonder afzender’.
Daarvoor moet je hulp leren vragen, nederig zijn.

Het boeddhisme in het westen heeft de neiging tot een ‘self-made’ instelling,  zonder hulp je pad vinden. Maar ook hier komt langzaam een tweede golf- en voor die weer is geworteld duurt het lang (bv. overgang India - worteling in China duurde 300 jaar).

Binnen Maha Karuna bestaat o.a. met de figuur van Kwan Yin het besef: ‘Ik kan het niet zelf’, en ook in de Zuivere Land richting. Er is een werkelijkheid die ‘geeft om ons’, ‘die zich om je bekommert.’ Wie dat is, wordt in het boeddhisme niet beantwoord (weer die genade zonder afzender), maar in het christendom wel (God). Als God dood is, komt dat doordat we geen toegang meer hebben.

Lezing 2 We doen het samen; ‘roeping’; boven- en onderstroom;

Wij gaan dit pad samen, met alles wat er bestaat. Ik - wij is een kunstmatig onderscheid, zoals wij in het westen en mensen in het (nabijere) oosten (India) dat gewoon zijn.
Wij: ik zit=wij zitten te mediteren. Inter-being (term Thich Nath Han)= afstemming.
Onderlinge verbondenheid is er gewoon, alles hoort bij elkaar en stroomt (is een proces), ‘geen zelf’. Dat besef, het collectieve denken, is er veel meer in de Chinese en Japanse cultuur (het verre oosten is anders dan het nabije oosten). Net als het besef (de ervaring) dat we … (boeddhanatuur?) aan het licht kunnen brengen door er contact mee te maken; en dat contact ontstaat niet door begrijpen met de geest, maar door ‘je afstemmen’; zoals je een rivier niet kunt begrijpen, maar haar leert kennen door erin te zwemmen.

Zo ook in zo’n weekend als dit: door gezamenlijk te beoefenen beïnvloed je elkaar, bent samen bezig; je eigen koker valt wat weg, net als het onderscheid tussen ‘jouw’ en ‘mijn’ misères. Samen zitten we in de wasmachine, waarin we ‘onze onwetendheid spoelen’. Al wat je doet is: je beschikbaar stellen voor dit proces.
Je hebt een gezamenlijke intentie (die in het reciteren van sutra’s kan doorklinken), motivatie om dit gezamenlijke proces aan te gaan.
De individuele motivatie om dit te doen, varieert in de loop der tijd en is vaak een rationalisatie achteraf (bv. ik wilde graag rustiger worden). Maar waarom je het doet, is iets onbenoembaarders, iets diepers, iets onpersoonlijks dat onder de oppervlakte gaande is.
We geven gehoor aan een ‘verlangen om thuis te komen’. Je kunt het een soort ‘roeping’ noemen;  Augustinus: ‘God roept jou ipv andersom’.  Wel wordt een appèl op ons gedaan (dat is urgenter dan ‘een uitnodiging’) om ons toe te wijden aan de Bodhisattva-gelofte, samen met alles en iedereen.
Dat toewijden is niet zozeer een doen, als een ‘je openstellen’. Dit gebeurt toch wel, maar je kunt je er meer van bewust worden, en er ‘ja’ tegen zeggen: ‘Ik ben bereid om mee te varen’. Daarvoor moet je de controle loslaten, het willen, het doelen stellen; durven zeggen: ’Ik weet het niet.’
Naarmate je op het kussen de controle meer loslaat, kan de onderstroom geactiveerd worden.
Het leven zelf onthult wel welk pad er gegaan wordt, die koers zet je zelf niet uit. De keuze zit erin, of je wel of niet response geeft aan dit appèl.
Je participeert in iets ‘doorgaands’, een proces dat ook doorgaat door zonder jou.

Alles wat opkomt (gedachten, emoties enz. ) is oppervlakte, het zijn golfjes (of hoge golven bij veel wind, ze gaan voorbij (‘garbage’, niet echt belangrijk). Daar kunnen we misschien nog wel grip op krijgen.  (Als je daar erg me bezig bent, doe je ‘therapie’ als je  op je kussen zit).
Maar de onderstroom (het blijvende,  iets dat niet beweegt) heeft de regie. Dat is ‘het collectieve onbewuste’ (Jung), dat niet van jou persoonlijk is. Die onderstroom (Bodichitta) geeft de richting, maar vaak merk je niet dat het werkt. Daarvoor moet je vertrouwen hebben;  dat geeft gelijkmoedigheid, waarin er ruimte is voor alles, alles is goed. Windstilheid hoeft niet , alles is goed: je zegt ‘ja’ tegen de golven.
Bodisattva zijn is de intentie om je voor dat proces (waarvan je de vorm niet zelf bepaalt) beschikbaar te stellen. ‘Kom maar. Ik zie wel.’

Met veel dank aan André voor zijn inspirerende en troostende woorden
Borne, Miriam Janssen, 2-2015

 

Loslaten en compassie
Samenvatting lezing André van de Braak, Hengelo 6-10-2013

André had het over twee aspecten van de beoefening:    1) loslaten  en   2) compassie

ad 1) Loslaten & wijsheid
De Chinese vorm van zen nodigt veel meer uit tot loslaten dan de Japanse, die meer is geformaliseerd, esthetischer, meer op de vorm. In de Chinese Ch’an traditie van Ton Lathouwers is er daarom ook geen zitinstructie: dat suggereert toch weer een norm, een maatstaf: zó is het goed. Maar het gaat niet om een bepaalde - hogere, diepere, ruimere - staat van geest, laat dat boodschappenlijstje maar gerust door je hoofd razen, als dat is wat er gebeurt; veroordeel het niet als ’slechte meditatie’. Je ‘gaat de stilte in’ (dat is je intentie); die kan alleen maar organisch groeien, en is steeds anders (niet beter of slechter).
 
Er is een verhaal over een ongeletterde man, die later de zesde zenpatriarch werd, Hui-neng. Hij schreef vanuit pure intuïtie een gedicht, dat door de vijfde patriarch als wezenlijker voor zen werd beoordeeld dan dat wat de hoofmonnik had geschreven . De kern van de inzending van de hoofmonnik was: ‘Hou je spiegel schoon, zuiver je gedachten’. Maar Hui-neng schreef dat er niet gepoetst hoeft te worden: vanuit de leegte is er fundamentele goedheid, en géén tegenstelling tussen wat vuil is en wat schoon. Zijn tekst was er een zonder dat (overbekende) dualisme.

Terug naar loslaten, wat wijsheid betekent, en ruimte.
Gaan zitten in ‘roerloosheid’: de geest nergens laten verblijven, niet aan je gedachten, niet steeds dat anker zoeken.  Ofwel: ‘Laat je geest zwerven, vrij en blij’, of : ‘Laat het bootje dobberen’. Zo schep je ruimte voor  Boeddhanatuur, voor ‘iets dat er al is’, dat vanzelf aan het licht komt, zich ontvouwt.

Dit loslaten en afwachten vergt vertrouwen, én geeft onzekerheid. We willen vasthouden, kennis en kunde hebben. Dat is een behoefte die goed kan uitwerken, maar die ook een gevangenis kan zijn.
Als het aan de orde is, mag/moet je doelgericht zijn, gefocust.  Daarbinnen kun je toch ‘los’ zijn -zolang je meegaat met je eigen stroom, zolang je durft te improviseren, te vertrouwen op je intuïtie; zolang je op je wijsheid durft te varen  i.p.v. op je kennis. Dat is echte virtuositeit.

ad 2) Compassie
Compassie is solidariteit die uit het hart komt; een onvoorwaardelijke toewijding, waarvan de vorm niet vooraf bepaald is.  Je intentie is om solidair te zijn en dat doe je gewoon, zonder veel nadenken.
Leven vanuit compassie geeft wél een koers aan. Loslaten en wijsheid (1)) en compassie (2) horen bij elkaar.
Maar soms is compassie niet mogelijk, dan stel je een grens: hier kan ik niet op ingaan/aan voldoen. Het gaat niet om ‘padvinderschap’ of een nieuwe ‘godsdienst’, echte compassie  komt niet voort uit schuldgevoel (‘ik moet compassie hebben’). Helaas hoort schuldgevoel bij ‘ons culturele DNA’, bij de ‘karmische  onheilskiemen’ van onze cultuur.

Deze tijd is niet zo compassievol. Gelukkig gaan steeds meer mensen mediteren, als een soort tegenwicht tegen de waan van de dag.                                    
                                                                                                          
Miriam Janssen, Zengroep Hengelo

 

Weekend Slangenburg Zengroep Hengelo maart 2013;
een uitsnede uit 2 lezingen van André van der Braak.

 
De weg
In veel mystieke tradities kent men het contempleren. Mediteren is een methode: je doet iets, bv. ademhaling volgen, gronden, zintuigen, je gedachten volgen. Je werkt aan iets, en het resultaat is enigszins te ‘meten’.
Bij contempleren doe je niets, je hebt geen doel, geen oordeel over je meditatie: je bent roerloos opgenomen in een stroom, en de tijd raakt vergeten. “Wees als iemand met niets te doen’.
Om verder te komen, moet je veel oefenen (mediteren), dit proces de ruimte geven- en dat kan op vele manieren (mediteren, contempleren). Ieders weg daarheen is uniek, je moet je eigen pad en doel ontdekken.

De werking
Na een retraite moet je niet te hard proberen ‘toe te passen’ wat je hebt geleerd/ervaren: vertrouw dat het zijn werk doet, dat het ‘onder de motorkap’ wel doorgaat. Het werkt vanzelf door, al weet je zelf niet hoe. Je straalt soms iets uit wat voor anderen wel zichtbaar is. Maar bij je zelf heerst er vaak Grote Twijfel. Die hoort erbij.

Wat gebeurt er allemaal in die roerloosheid van het zitten? Heel veel, maar er is moeilijk een vinger op te leggen- wat we soms wel zouden willen, een aantoonbaar resultaat. Vaak zit je in onwetendheid, ‘voor een muur’, je weet het niet. Het enige wat erop zit, is dat uit te houden, er niet voor weg te lopen. Dat durf je waarschijnlijk steeds beter, vanuit een soort vertrouwen …dat het uiteindelijk goed komt, dat je ware Boeddhanatuur echt wel ergens in jou te vinden is, en te voorschijn zal komen. Verlichting: dat deze aan het licht zal komen.
Spiritualiteit en de geloftes en soetra’s .
We zijn onderdeel van een groter geheel en krijgen daar meer voeling mee: natuur, wereld, andere mensen. Spiritualiteit gaat erover hoe we ons daartoe verhouden.
In de Gelofte van de Bodhisattva drukken we onze intentie uit om niet alleen ons zelf, maar ‘alle levende wezens’ te bevrijden. Want wat er gebeurt, is veel groter dan wij merken. Dat gebeurt vanzelf, maar het heeft wel onze instemming nodig, o.a. via het bewust uitspreken van geloftes zoals die van de Bodhisattva. Het is een openlijk ‘ja’ zeggen tegen die natuurlijke verbondenheid.
In de geloftes en soetra’s zoek je ook- net als in het katholicisme e.a. - hulp, bv. bij Kwan Yin: je hoeft niet alles zelf te doen. In dat opzicht lijkt het op bidden. Schaam je niet voor die troost!
 

Miriam Janssen, maart 2013
Aantekeningen met grote dank aan André vn der Braak